loading
  • communicatieveling [kom-muu-nie-kaa-tie-vu-ling], (-en) , m&v • 1 creatieve persoon met vlotte pen en kritische blik. 2 interimmer die zich snel uw organisatie eigen maakt. 3 betrokken projectleider, flexibel inzetbaar en direct van toegevoegde waarde.

    ..
Communicatievelingen is
  • daadkrachtig
  • snel
  • internationaal
  • flexibel
  • aardig
  • creatief

WAT


U heeft betrouwbare mensen in dienst. Ze werken hard, weten precies wat er speelt en vormen een hecht team. Maar soms komt het werk niet af. Of een medewerker wordt ziek, raakt zwanger of vertrekt. Hulp nodig? Communicatievelingen biedt een frisse blik en extra handen.

We kunnen binnen een dagdeel een artikel opleveren, maar ook maandenlang op locatie ondersteunen. Als ghostwriter een column schrijven, maar ook een project leiden. Interviews afnemen, maar ook een evenement organiseren. En als interimmer vanaf het eerste moment toegevoegde waarde bieden.

WIE


Wanda Bossink (1981) is een communicatieveling in hart en nieren. Zij schrijft, herschrijft, organiseert en geeft advies. Na haar opleiding Communicatie- en Informatiewetenschappen aan de Rijksuniversiteit in Groningen doopte zij voor zeer uiteenlopende organisaties haar pen in de inkt voordat ze in 2009 Communicatievelingen oprichtte.

Ze is zelf freelance communicatieadviseur en werkt samen met creatievelingen op het gebied van vormgeving, fotografie en journalistiek.

Deze bedrijven Communicatievelingen
Client
Client
Client
Client
Mogelijkheden

Een aansprekende tekst, communicatieadvies, ondersteuning bij projecten, evenementenorganisatie of vervanging van uw medewerkers: wij nemen u graag werk uit handen.

  • Tekstredactie
    bijvoorbeeld: interview · nieuwsbrief · editorial · column
  • Evenementenorganisatie
    bijvoorbeeld: incentive · PR-moment · personeelsuitje
  • Communicatieadvies
    bijvoorbeeld: relatiebeheer · interne communicatie · huisstijl en traffic
  • Van webtekst tot interimklus

    ..
  • Communicatievelingen doet het graag en goed.

    ..
Project Image
Communicatievelingen blogt.
Blog

Lees hier alle blogs van Wanda Bossink voor fourmonths.nl

  • Change is gonna come Lees!

    Bertolt Brecht schijnt ooit gezegd te hebben: “So wie es ist, bleibt est nicht”. Die spreuk is me bijgebleven. Hij is troostend in sombere situaties: als er maar genoeg tijd overheen gaat, zal zelfs de donkerste dag weer licht worden. En hij is confronterend in mooie tijden: wees je bewust van wat je hebt, want alles gaat voorbij.

    Van zijn woorden kan ik erg blij, maar ook melancholisch worden. Mijn kleine meisje was gisteren nog een baby en nu toch al echt een peutertje. Ze vond de crèche helemaal niet leuk, maar nu is het één groot feest. Ze had genoeg aan ons en een handjevol andere mensen, maar nu legt ze overal contact. Ze zwaait naar Sint en Piet, draagt een paardenstaart en rent naar de speeltuin. Ik blader terug in mijn dagboek naar de week dat ze werd geboren. Wie heeft stiekem de tijd doorgespoeld?

    Er zit nog meer verandering aan te komen. Alles gaat goed en toch kiezen we voor iets nieuws: we gaan de stad verruilen voor water, groen en privacy. Onze dochter krijgt een jeugd als de onze, met egeltjes in de tuin en een fijn familiehuis om verstoppertje te spelen. Maar voordat het idyllische gedeelte van dit volgende hoofdstuk kan beginnen, is er eerst hectiek. Ik geloof dat we de helft daarvan achter de rug hebben.

    Alsof mijn opdrachtgevers voelsprietjes hebben, hoorde ik niks van ze in de weken dat we onder hoogspanning stonden. Daarna kwamen de verzoekjes weer binnen. Heb ik tijd om een pitch te redigeren? Cursusmateriaal te vertalen? Een personeelsgids wervend te maken? Jazeker! Even andere koek dan hypotheekoffertes, koopaktes en bouwtechnische keuringen.

    Nu maken we ons op voor het tweede stuk turbulentie: de komende maanden wordt het rekenen, puin ruimen, investeren en opknappen. En afscheid nemen. Dag liefste juf, dag flexibele sportschool, dag supermarkt aan het eind van de straat, dag vrienden op fietsafstand. Dag Utrecht, wat zal ik je missen. Gelukkig blijven we in de buurt.

  • Centenkwestie Lees!

    Er is een interessante trend gaande. Dat klinkt een stuk leuker dan het is. Dankzij de crisis krijgt een grote groep mensen die toch al langer iets anders wilde doen opeens een zetje: ontslag. Vol goede moed grijpen ze dit life event aan om dan maar voor zichzelf te beginnen. Het aantal zzp’ers groeit fors en beconcurreert elkaar de tent uit. Vooral in mijn vak, want veel meer dan een laptop heb je niet nodig om te beginnen. En nu lijkt iedereen zichzelf in de uitverkoop te gooien.

    Er was altijd al een verschil natuurlijk. Een advocaat of hartchirurg kan zich grof geld laten betalen, maar in de marketing & communicatie wordt het tientjeswerk. Ik word regelmatig gevraagd om een uurtarief te rechtvaardigen dat echt totaal niet overdreven is. Nee, ik red geen levens, maar ik kan wel dingen die u niet kunt of waar u geen tijd voor heeft (anders zou u me niet inschakelen, neem ik aan). Van mijn tarief moet ik een hoop zaken bekostigen die uw baas waarschijnlijk voor u regelt. Mijn pensioen bijvoorbeeld.

    Toen ik begon met freelancen was the sky the limit, maar je merkt duidelijk dat tijden zijn veranderd. Doorgewinterde adviseurs die zichzelf nu aanbieden voor €30,- per uur. Een grote en populaire retailer die verwacht -en daarin ook gelijk krijgt- dat honderden bloggers zonder noemenswaardige tegenprestatie zijn merk online gaan promoten. Een bedrijf in webcontent dat verbaasd is dat ik geen teksten kan produceren voor omgerekend €7,- per uur.

    Hoe geloofwaardig zou ik zijn als ik nu hetzelfde ging doen voor de helft van het factuurbedrag waarvoor ik het vijf jaar geleden deed? Mijn opdrachtgevers van toen zouden zich eens flink achter hun oren krabben. Uitverkoop is handig om van iets af te komen dat niet meer helemaal je-van-het is, maar aan kwaliteit hangt altijd een prijskaartje. Ik sla deze dolle dwaze dagen over.

  • Geen geheim meer Lees!

    Soms beschik je wel eens over informatie waar je niet zoveel mee kunt. Nou ja, je zou er juist heel veel mee kunnen doen, maar dat is dus niet de bedoeling. Je zwijgt. Ik weet niet of het te maken heeft met mijn betrouwbare imago van discrete Steenbok, maar mij wordt zowel zakelijk als privé regelmatig iets toevertrouwd wat ik voor me moet houden. Zeg dit maar niet tegen je man he…dat hoeft de directeur niet te weten…stel je voor hoe M zich zou voelen als ze dit hoorde…laten we onze collega’s uit sector 5 dit verhaal vooral besparen… Ik zuig het allemaal in me op en blijf meedeinen in de golven. Als ik ooit gereïncarneerd word in het dierenrijk maken ze vast een spons van me.

    Het zijn natuurlijk niet allemaal The Bold and The Beautiful-achtige intriges. Een geheim kan teleurstellend suf zijn, een stukje gortdroge informatie terwijl niet-ingewijden op iets veel smeuïgers hadden gehoopt. Zo gaat dat met geheimen: het mysterie vergroot de nieuwsgierigheid.

    Wij hebben laatst open kaart gespeeld na jaren zelf opgelegde zwijgplicht. Mensen die mij goed kennen zal het wel een keer zijn opgevallen dat er iets speelde. Mijn hoofd knalde uit elkaar. Ook op momenten dat ik er niet aan wilde denken, draaide mijn brein toch non-stop alle mogelijke scenario’s af (stel dat dit…dan moeten we misschien dat…maar stel dat zus…dan is het juist beter om nu zo…). De emotionele achtbaan waar we zolang geleden instapten heeft heel wat loopings gemaakt en er zullen nog wel wat scherpe bochten komen, maar er is ook een lang recht stuk. We gaan dit echt doen. We hebben antwoord gekregen op alle vragen waar we mee zaten en zijn nu ook in staat om de vragen te beantwoorden die op ons worden afgevuurd.

    Het was moeilijk, maar goed om dit zolang voor me te houden. Het had geen zin om anderen met onze ballast op te zadelen. Vanaf nu is het alleen nog maar een kwestie van geduld. Ik verheug me op de toekomst, waarin gaat gebeuren wat ik me als klein meisje al voor had genomen. Ergens in een Chinees weeshuis ligt nu een kindje in een bedje dat bij ons komt wonen.

  • Afkickverschijnselen Lees!

    Waar we vorige week nog zaten was het erg goed uit te houden. Dertig graden, een constante zeebries en het zwembad voor de deur. Ons meisje stal de show. De manager van het complex wilde haar wel als kleindochter en als zij in het water dobberde hadden we standaard publiek. Kushandjes, gekke bekken en veel spelletjes: fans van alle leeftijden bleven terugkomen om met haar te spelen.

    Wij lazen boeken, verkenden het eiland en flaneerden elke avond. We lagen elke ochtend met z’n drieën in bed, vielen ’s middags geregeld op hetzelfde moment in slaap en beoefenden eindeloos met kabouterstapjes haar nieuwste hobby: lopen. Naar de ijssalon op de hoek. De kleine katjes onderaan de straat. De fotogenieke zonsondergang boven in het dorp.

    Natuurlijk waren we ons dagelijks leven niet vergeten. We bespraken nieuwe carrièremogelijkheden, checkten of de makelaar al terug had gebeld en filosofeerden over onze toekomst. Wat is plannen maken heerlijk. Op vakantie hoef je ze toch nog niet uit te laten komen. Thuis, dan zouden we weer aan de bak gaan.

    En toen kwamen we terug. Het tuinhuisje stond blank door de regen, iedereen droeg lange mouwen en pijpen en de verwarming was aangeslagen. We legden onze teenslippers weg en haalden sokken, sneakers en een vest tevoorschijn. Senna was blij om al haar speelgoed weer te zien, maar kan zich geen vijf minuten meer zelf vermaken…het is natuurlijk veel leuker om de hele dag door je ouders of een stel Grieken geëntertaind te worden. Na zoveel lekkernijen keek ze verbaasd op bij de eerste soepstengel sinds tijden: wat moest ze met dat droge geval?

    Onweersbuien, nattigheid en tegenwind. Letterlijk en figuurlijk. Onze symptomen zijn me duidelijk: we moeten afkicken.

  • Verrassing Lees!

    Mensen zijn gewoontedieren. We drinken onze koffie elke dag hetzelfde, op weg naar ons werk nemen we een vaste route en in een kantoor dat sinds kort flexplekken heeft blijven de meesten terugkeren naar ‘hun’ bureau. Eigenlijk is freelancen dus totaal tegennatuurlijk met zoveel onzekere factoren. Maar wat word ik toch blij van de verrassingen die elke dag in petto heeft.

    Na weken vertaalwerk zat ik een beetje murw achter de computer. Toen ging de telefoon: “We gaan morgen brainstormen en hebben een copywriter nodig met creatieve ideeën. Kun jij misschien aanschuiven?”. Op naar de hoofdstad, kennismaken met een nieuwe opdrachtgever en meteen aan de slag. Geen grotere kick dan een geslaagde verse opdracht.

    Zo doe ik zelfgemaakte ijsjes in de diepvries, zo bespreek ik de details van een potentiële interimklus. Zo fiets ik naar de kinderboerderij, zo weet een opdrachtgever die even stil was me weer te vinden. Stel je voor dat je alles van tevoren weet!

    Thuis word ik elke dag verbaasd. Het ene moment heb ik een rustige dochter die zachtjes voor zich uit zingt en helemaal opgaat in haar spel, het andere moment klimt ze op de bank en gooit zich er wild vanaf. Ze laat zich los als ze staat en probeert zinnetjes te vormen. Als we met onze ogen knipperen doet ze alweer iets nieuws.

    Het is fijn om te weten waar je aan toe bent. Maar is het leven wat dat betreft niet één grote verrassing? Doe mij er nog maar een paar.

  • Bondgenoten Lees!

    Voordat ik een kind had beschouwde ik mensen met kinderen als een soort club waar ik niet toe behoorde. Ze gebruikten termen en producten die ik niet kende, spraken een exotische taal en hielden zich bezig met aparte activiteiten op tergende tijdstippen. Zo geweldig als ik kleine kinderen altijd vond, zo vreemd vond ik dat je toe leek te treden tot een geheim genootschap als je er een kreeg. Zou ik daar geschikt voor zijn?

    Onze dochter arriveerde. Ik zweefde hoog op mijn roze wolk en heb me ongetwijfeld schuldig gemaakt aan gedrag dat mensen zonder baby irritant vinden. Ik werd een nieuwe versie van mezelf. Maar hoe vaak ik ook koedie-koedie riep en weer een schattig kledingstuk in maat 50 aanschafte, ik was de vorige versie van mezelf (die graag werkt, sport, feest en uitslaapt) niet vergeten en probeerde oog te hebben voor wat anderen bezighield.

    Met andere prille ouders voelde ik niet opeens een bijzondere band. Maar sommigen wel met mij. Tijdens mijn zwangerschap kreeg ik al opmerkingen van wildvreemden en vanaf het moment dat ik met onze dochter rondliep gebeurde precies hetzelfde. Dat mensen hele gesprekken met mij willen voeren terwijl ik hen helemaal niet ken blijft me verbazen.

    “Goh, jullie hebben dezelfde kinderwagen als wij. Hoe bevalt ‘ie?”, vroeg een vrouw die ons tegemoet liep in een bomvol Hoog Catharijne (voor de volledigheid: wij hebben dat merk waar de halve wereld mee loopt). Terwijl ik mijn reactie (“Ehm prima, ik denk dat daarom zoveel mensen ‘m hebben…”) net op tijd inslikte, hoorde ik mijn man een aardig antwoord geven. Hij vindt het nog wel gaan, zo’n gesprekje op zaterdag, omdat hij de rest van de week veilig in een kantoor zit waar het over contracten, winstmarge en strategieontwikkeling gaat. Ik ben vaker buiten met kinderwagen en blijkbaar een makkelijke schietschijf voor praatgrage ouders. Ja, ik vind mijn eigen kind leuk en wil het er best even met je over hebben, maar uitgebreide conversatie voer ik liever met mijn familie of vrienden dan met een willekeurige voorbijganger. Dat we toevallig allebei een kind hebben maakt ons toch geen bondgenoten?

    En toen las ik om 5 uur ’s ochtends boekjes voor, zat ik op zaterdagochtend om 8 uur in een zwembad, deed ik op straat een varken na en rook ik in het openbaar aan kleine billetjes…alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Ben ik dan nu lid van de club?

    Een vrouw uit de wijk merkte laatst op dat de gordel van onze kinderwagen veel te los zat. Wij liepen al maanden zo rond, denkend dat dit het enige stom gemaakte onderdeel was aan een verder erg handig ding, maar we hadden hem blijkbaar verkeerd bevestigd. Een iets minder rustig kind was er al lang een keer uitgevallen. Oeps! Misschien is het zo gek nog niet, een paar bondgenoten tijdens dit avontuur.

  • Geblokkeerd Lees!

    Normaal gesproken is het irritant om met je laptop in de tuin te zitten, maar zo onder de parasol weerkaatst het beeldscherm nauwelijks. Dat is dus geen excuus. Mijn dochter krijgt elders entertainment, ik hoef nergens heen en het is alweer bijna een maand geleden dat ik schreef. Nu zou ik een prachtblog moeten produceren. Maar het schiet niet op. Er zit genoeg in mijn hoofd, maar het komt niet uit mijn handen.

    Eigenlijk doen we al weken alsof het vakantie is. We fietsen over een Waddeneiland, duiken onder in subtropisch Zuid-Limburg en bezoeken vrienden op een camping in de Noord-Hollandse duinen. We eten ijsjes, drinken witbiertjes, zwemmen en barbecueën. En dan is de echte zomer nog niet eens begonnen! Wat een bofkonten zijn we toch. Ik nog het meest, want ook door de week bepaal ik zelf wat vast ligt. De F van freelancen staat wat mij betreft altijd voor fijn en flexibel, maar op dit soort dagen voor ronduit fantastisch.

    Nu heb ik alleen wel een productieprobleempje. Ik kan alleen maar schrijven wanneer ik inspiratie heb en die heb ik nou eenmaal niet altijd. Mijn hele leven wil ik al een boek schrijven; tig eerste hoofdstukken liggen klaar. Daarna stagneert het steevast. Je hebt van die schrijvers, die gaan er elke ochtend stipt voor zitten en schrijven heel gedisciplineerd een aantal woorden per dag. Of ze doen eerst tien jaar onderzoek…. Hoe moet dit nou verder? Zo word ik natuurlijk nooit een bestsellerauteur.

    Het is 25 graden en ik maak zelf ijsthee. Ik verstuur een factuur en spreek eindelijk af met die gezellige ex-collega. Ik was de badlakens en borstel het zand van onze laatste stranddag van de kinderwagen. Ik weet al wat er is. Dit overkomt juist professionals, toch? Ik heb gewoon een writer’s block.

  • Rupsje Nooitgenoeg Lees!

    Wat een van mijn reisgenoten vorige week het grappigst aan me vond was mijn nimmer aflatende eetlust. ‘Je eet ook niet zomaar wat, nee je zoekt het mooi uit, en als ik al lang genoeg had ging jij nog door!’…ahum. Het zal mijn Bourgondische inborst wel wezen. Mijn moeder dacht vroeger dat ik een lintworm had en bij elk tandartsbezoek zat er een gaatje. Als puber at ik standaard twee borden ’s avonds (soms drie), met het argument dat ik nog moest groeien natuurlijk. Ik ging op kamers en ontdekte…nou ja, zo’n beetje alles wat ik nu het liefst nuttig. En toen ging ik werken, op kantoren waar tussen de middag saucijzenbroodjes liggen, grote mokken cappuccino met schuimkraag worden gemaakt en elke week wel iemand trakteert op taart. Gelukkig houd ik ook van sporten!

    Nu was ik in Amerika, wat eten betreft een boeiende bestemming. Overal krijg je hamburgers, friet, muffins, donuts en enorme sloten koffie met suiker, siroop en slagroom. Tussen al die supersize mensen lijk je vanzelf skinny. En we liepen toch kilometers op een dag? Dus we konden best met pannekoeken ontbijten. Nieuwe smaken M&M’s proberen. Een cocktail nemen voor het eten. Kipnuggets rond middernacht. En de chocolaatjes die in het hotel zo lief op ons kussen waren gelegd.

    Onze dochter, ook een lekkerbekje, wijst inmiddels naar een trommeltje, la of jaszak en roept overtuigend: mmm! In de hoop dat er iets eetbaars tevoorschijn komt. Zij had haar eigen vakantieweek bij opa en oma en werd verwend met koekjes, cake en ijs. Als je acht kilo weegt heb je tenslotte nog wat marge.

    Maar nu is het afgelopen: we gaan compenseren. Deze week houden we het op lijnzaad, kokosolie en avocado. Senna is ook blij te maken met biscuitjes en mandarijntjes. En ik hoef hier gelukkig geen bedrijfskantine met kroketlucht te weerstaan. Het kost dus geen enkele moeite om een paar dagen niet te snoepen en koolhydraten te mijden. Dat ga ik doen. Behalve als ik vanavond met een vriendin eet natuurlijk, dan doe ik gewoon leuk mee. En als ik dan toch in zo’n restaurant zit is het ook zo ongezellig om geen toetje te nemen…

  • Batterijtje opladen Lees!

    Vriendin L, net weer aan het werk sinds de komst van haar zoon, vroeg me hoe ik het ’s avonds aanpak. Met sociale, relationele, sportieve en arbeidsgerelateerde zaken. Want eigenlijk zou ze niets liever doen dan meteen gaan slapen zodra ze thuis is. Ik heb haar bezworen dat er een dag komt waarop ze weer iets onderneemt na haar werk. Maar ik moest daar eerlijk aan toevoegen: ‘moe’ is de nieuwe standaardmodus. En je kunt alleen maar je best doen om het niet ‘uitgeput’ te laten worden. De rekensom is simpel: minder slaap + meer zorg = laagste energiepeil ooit. (Daarom zijn kinderen dus zo onwijs zacht, lief, grappig en aandoenlijk. Anders zou je wel gek zijn om er aan te beginnen.)

    Ons kind slaapt gemakkelijk en veel (dat heeft ze niet van mij). Soms zitten we gewoon te wachten tot ze wakker wordt, dan kunnen we eindelijk weer met haar spelen. Wanneer je zoveel bijtank-momentjes krijgt, mag je zeker niet klagen. Dat doe ik dus ook niet. Alleen heb ik gemerkt dat je als ouder niet persé druk met je kind bezig hoeft te zijn om vermoeid te raken. De overweldigende, tot nu toe onbekende zekerheid dat je vanaf nu, altijd en overal -met af en toe een kleine adempauze- verantwoordelijk bent voor een nieuw mens kost op zich al energie. Door alle zachtheid, lieflijkheid, humor en vertedering krijg je ook enorme shots energie terug, maar het stemmetje in je hoofd dat zegt ‘dit mag je echt niet verprutsen’ zwijgt nooit.

    Mijn slaapgebrek wordt veroorzaakt door 1001 gedachtes en de komst van mijn dochter heeft dat er niet beter op gemaakt. Nu gaan we een week weg zonder haar. Mijn hersenen laten diverse scenario’s de revue passeren: ze mist ons zo erg dat ze niet kan eten/slapen/lachen bij opa en oma, we worden op straat met één vuistslag knock-out geslagen door jongeren (nieuwste rage in Amerika), de ellende van 2001 herhaalt zich, ons vliegtuig stort neer… Maar als ik wakker lig hoef ik me dit keer niet eenzaam te voelen. De stad waar we heengaan slaapt ook nooit.

  • Laten gaan Lees!

    Laatst was ik op een feestje met nagenoeg alleen maar mannen. Ze stonden aan statafels, dronken bier en stonden toe dat ik hoorde waar ze het over hebben als er geen vrouwen bij zijn. Vriend B kreeg het grootste deel van de conversatie niet mee; hij zat met zijn hamstringblessure op de bank. “Dat ik eigenlijk van alles wil, dat moet ik nu even laten gaan”, zei hij berustend, “want de komende weken zit ik voornamelijk op de bank.” Dat bleek ook voordelen te hebben: hij kon ongestoord voetbal kijken en kreeg drank en hapjes aangereikt. Laten gaan, dacht ik, daar ben ik echt heel slecht in.

    Misschien kunnen mannen dit ook wel beter dan vrouwen. Ze trekken hun kind verschillende sokken aan, rennen naar school als het te laat is om te lopen en kopen gewoon iets nieuws wanneer iets kwijt, vergeten, kapot, nog niet goed of niet meer acceptabel is. Ze maken zich ergens druk om wanneer dat aan de orde is en de rest? Die laten ze gaan.

    Na mijn bevalling moest ik zes weken herstellen. Iedereen zei: blijf lekker liggen. Ik wilde de trap af, rondlopen en eigenlijk het liefst op mijn fiets de stad in. Verstandige mensen lieten me met de bus gaan. Achteraf vind ik natuurlijk dat het anders had gekund. Ik heb me heilig voorgenomen om bij een volgende baby een week in bed te blijven liggen. De rest van de wereld gaat dan gewoon door…kijken of ik dat kan laten gaan.

    Op werkgebied kan ik alles zelf doen, dan weet ik precies wat er gebeurt. Maar er gebeuren ook altijd dingen die je niet in de hand hebt. Het allerlastigst is wanneer iemand anders iets verprutst en ik daar last van heb. Grrr! Ik wil er keihard achteraan. Maar anderen zeggen juist: laat gaan.

    De grootste uitdaging die mij als moeder wacht is loslaten. Er komt een dag dat mijn ukkie zonder mijn ondersteuning loopt, rent, de straat uit skeltert, naar de stad rijdt, naar Spanje lift, een wereldreis maakt…en dan moet ik haar laten gaan.

    Senna kan zich nu optrekken tot op haar knieën; staan is een brug te ver. Gelukkig, ik heb dus nog even.

  • In de overgang Lees!

    Je zou kunnen zeggen dat ik als zzp’er continu in de overgang ben. Van een interimopdracht bij twee bedrijven tegelijkertijd stap ik over naar maandenlang luieren thuis. Van een projectbespreking switch ik naar wekenlang teksten vertalen. Een ontmoeting met een nieuwe relatie en gelijk daarna een telefoontje met een vertrouwde opdrachtgever. Van zorgverzekeraar naar landschapsarchitect. Van commerciële aanpak naar non-profit. Heerlijk, die afwisseling!

    Soms speelt de onzekerheid van ondernemen me parten. Zal er dit kwartaal weer genoeg binnenkomen of wordt het leuren en sleuren? Moet ik naar dat communicatiecongres gaan, die netwerkborrel of dat niet-zo-leuke-maar-misschien-handige-feestje? Weer even een overgang van achter de computer naar onder de mensen.

    Dan wordt me op dinsdag gevraagd of ik op woensdag wil komen brainstormen. Altijd leuk, een ad hoc klus. En ik mag er blanco instappen, dus geen ellenlange voorbereiding. Mijn gemoedstoestand gaat meteen van ‘hoe moet ik alles in vredesnaam aanpakken’ over in ‘aanpakken die handel!’.

    Thuis vindt ook een overgang plaats: ons meisje verandert van de liefste baby van de wereld in een aandoenlijk ondeugend peutertje. Pak! is haar nieuwste kreet. Maar lang houdt ze iets niet in haar handjes; alles moet ook weer weg. Ze heeft ontdekt dat het betere gooi- en smijtwerk vooral lollig is met eetbaar spul. Flats, een reepje pannenkoek op de grond. Wieieieieie, sliertjes pasta de lucht in. Boem, de soepstengel in twintig kleine stukjes.

    Veranderen vreet energie, zowel zakelijk als privé, maar het is broodnodig en boeiend. Kom maar op met die overgangsfases! Daar blijf je scherp van.

  • Mini-me Lees!

    Voor degene die het zich afvroeg: mijn dochter is inderdaad langzamer dan 95% van de kinderen op haar leeftijd. Met kruipen en lopen. En daar is een reden voor. Als je een paar maanden dubbelgeklapt in de buik van je moeder zit, worden je spieren erg soepel en is het, eenmaal uit die buik, lastig om iets te doen tegen de zwaartekracht in. Maar dat gebeurt op een dag wel degelijk ‘vanzelf’. De fysiotherapeut zei dat de crècheleiding het goed gezien had, dat wij ons terecht geen zorgen maken en dat superlenige Senna later misschien wel ballerina wordt. Ik grinnikte.

    Toen ik triomfantelijk naar huis fietste klonken de woorden van haar vader in mijn hoofd. Die had hij gesproken bij het zien van mijn gelukzalige blik, toen ons meisje nog piepklein was en gezellig meewiebelde op een muziekje: je gaat haar niet dwingen om te dansen hoor! Neehee, had ik schaapachtig geroepen, om er binnensmonds achteraan te mompelen: maar stimuleren is toch niet verboden…

    Waarom willen we zo graag dat onze kinderen op ons lijken? Is dat ijdelheid of denken we minder goed om te kunnen gaan met het onbekende? Als man is het vast fijn om karaktertrekjes of uiterlijke kenmerken terug te zien, maar als vrouw is het toch behoorlijk duidelijk dat jij dit kind voor de helft hebt gemaakt. Misschien ben ik dus wel een narcist.

    Alle jongensmoeders die ik ken weten het: jongens zijn geweldig. Maar dat plaatje in mijn hoofd he… Het is hardnekkig. Ik stelde mezelf als klein meisje al voor als moeder. Van kleine meisjes. Meisjes die vlechtjes in hun haar hebben, met poppen spelen, op ballet gaan, willen winkelen en verliefd worden op jongetjes. Meisjes die dezelfde band hebben met mij als ik met mijn moeder en zij met haar moeder. Meisjes die net zo graag knuffelen, taarten bakken en gek doen met hun oma als ik met de mijne. Ja, zo zou het worden.

    Tot nu toe klopt het plaatje aardig. Mijn eerste kind bleek een meisje, ze heeft mijn sterrenbeeld en ogen, ze is gek op boeken en op haar oma’s. Maar het leven zit vol verrassingen. Misschien wordt ze gothic, lesbisch, voetbalhooligan, bouwvakker of automonteur. Of ik krijg na haar een stelletje jongens, dat hier stereotypisch de tent afbreekt en me wanhopig maakt met hardhandig en luidruchtig spelen. Dan raap ik kilo’s zweetkleren op, maak vrachtladingen voedsel en sta de komende twintig jaar elk weekend belachelijk vroeg op een koud sportveld. Dat zal me leren!

  • Overmonitoring Lees!

    Bovenop de kwestie ‘zal ze er ooit wennen’ gaven de dames van de kinderopvang ons laatst een nieuwe overweging mee naar huis. Of we met Senna naar een kinderfysiotherapeut kunnen gaan: als ze haar zo monitoren lijkt ze motorisch achter te lopen op leeftijdsgenootjes. Elk kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo, haastte de manager zich nog te zeggen, maar dat ze niet kruipt is toch wel vreemd. (Thuis tijgert ze vrolijk en er zijn naast kruipen wel meer dingen die ze nalaat op de crèche, maar dat terzijde.) Wij keken elkaar aan en antwoordden als flexibele, meedenkende ouders dat we haar natuurlijk best kunnen laten screenen. Die nacht lag ik weer eens wakker. Ontwikkelen kinderen zich eigenlijk wel in hun eigen tempo of zitten we er bovenop?

    Vroeger had een vrouw tig kinderen, die in een kleine ruimte krioelden terwijl hun moeder hard werkte. Ze kookte stoffen luiers uit, schilde kilo’s aardappelen en deed de was op de hand, dus ze had echt geen tijd om zich druk te maken om de opvoeding. Haar ene kind liep met negen maanden, het ander kroop toen hij anderhalf was. Motorische ontwikkeling? Je moest snel je vingertjes leren gebruiken, anders waren je grotere broers en zussen je altijd te vlug af. Individuele aandacht? Iedereen vermaakte/irriteerde elkaar, ook zonder speelgoed. Zindelijkheidstraining? Een kind werd net zolang aan de tafelpoot vastgebonden totdat het op een potje plaste.

    Volgens mij zijn kinderen tegenwoordig zo gewenst dat we ze bijna smoren in liefde. Ze kwamen niet gewoon, nee, je koos er bewust voor en de blijdschap was enorm toen dat lukte. Want ook over de andere kant van de medaille wordt openlijk gesproken. Op de exemplaren die je worden toebedeeld projecteer je vervolgens al je dromen en verwachtingen. Je verliest ze geen seconde uit het oog, observeert hun gedrag en vergelijkt het met anderen, legt hun ontwikkeling langs de meetlat en begeleidt hen stap voor stap door het leven. Je probeert veel thuis te zijn, leuke dingen te ondernemen, met z’n allen maar ook één op één. Je bent volledig gericht op hun welzijn. Jouw kinderen worden gelukkig en geliefd. Dat kan toch niet anders met zoveel aandacht?

    Als mijn dochter qua motoriek achter blijkt te lopen zal ik de laatste zijn die zich daarvoor schaamt. Wakker liggen heeft ook geen zin. Ze komt er wel. De wereld is zo groot, die gaat ze vanzelf op eigen houtje ontdekken wanneer zij daaraan toe is. En ik denk dat we haar als ouders geen groter plezier kunnen doen dan af en toe de focus te verleggen. Kruipen is tenslotte al lastig genoeg zonder een volwassene bovenop je.

  • Shuffle Lees!

    Meestal ga ik de zolder op als ik me ergens druk om maak. Daar liggen bergen gewassen kleren, wachtend om opgevouwen te worden. Heerlijk kalmerend is dat. Lekker strak vouwen, in totale stilte, links de handdoeken en rechts de broeken. Ik voel de stress van me afglijden. Nog fijner is het om al die stapels vervolgens in de kast te leggen, lange mouwen bijeen en korte mouwen ernaast. T-shirts voor onder een pak gescheiden van de casual shirts. Een kwartiertje daarboven en ik ben weer rustig.

    Ik ben een slechte slaper. Altijd geweest. Als klein meisje kreeg ik een glas warme melk en moest ik terug mijn bed in; ze dachten waarschijnlijk dat ik alleen maar op wou blijven. Maar ik wou helemaal niet op blijven, ik wou slapen. Dat lukte niet. De vragen die vervolgens altijd kwamen: lig je weer te piekeren? Waar denk je dan allemaal aan?

    Als ik een computer was zou de gebruiker nu een melding krijgen. Zo’n vervelend knipperende onder in je scherm die steeds opnieuw verschijnt. Je klikt ‘m weg, maar dat heeft geen zin. Je moet er iets mee. Misschien begint de harde schijf vol te raken en kun je taken annuleren. In elk geval is er iets aan de hand met het geheugen.

    Waar denk ik allemaal aan…laat ik je er niet mee vermoeien. Er zijn geen Catastrofale Problemen. Ik ben een heel gelukkig mens, maar soms heb ik teveel gedachtes. Over dingen die ik niet kan veranderen. Dingen die nog vorm moeten krijgen. Dingen die al achter de rug zijn. Dingen die me niet zouden moeten boeien. Dingen die me juist meer zouden moeten boeien. Dingen… als ik een playlist was had ik tenminste een shuffle-knop!

    Vandaag heb ik iets nieuws ontdekt om de malende gedachtestroom te stoppen: koken voor mijn dochter. Ik hakte een knolselderij in stukken (weg agressie), snipperde een ui en een teentje knoflook (volledige focus op mijn vinger vlakbij dat grote mes) en liet het sudderen met paprika en tomaat (aangename geuren zijn ontspannend). Zo. Nu alleen nog even bedenken wat wij gaan eten.

  • Tinder, dagger, snotter Lees!

    Het is zaterdagavond. Ik zit in een eetcafé met vriendinnen L en N. Het plateau met antipasti ziet er heerlijk uit, maar de garnaal en makreel roepen herinneringen op. Eerder die week werden we ’s nachts wakker van een huilende Senna. In mijn halfslaperige toestand dacht ik even dat haar bed onder het bloed zat, maar bij nader inzien bleken die donkere vlekken stukjes courgette te zijn. Ze had pasta met zalm gegeten en dat kwam er weer uit. Een paar keer. Steeds als we haar hadden verschoond en weer naar bed gingen, herhaalde het tafereel zich. Overal zat vis.

    Mijn meisje voelde zich echt niet lekker. De vislucht bleef in huis hangen, vermengd met het fijne aroma van diarree en braaksel. Haar vader ging op vakantie, dat was nou eenmaal gepland. Mijn maag kwam in opstand. Ik vond dat het tijd was voor een break: Senna en ik gingen er ook vandoor. We pakten onze spullen en reden naar het zuiden. Daar, in een groot huis in een piepklein dorpje, wonen haar opa en oma.

    Terwijl Senna vertroeteld wordt kan ik mooi de deur uit. Hakken aan en mijn haar los, dat is weer eens wat anders dan in joggingbroek reepjes zalm uit het wasmachinedeurtje peuteren. L, N en ik hebben elkaar een tijd niet gezien. Normaal gesproken gaan we voor sushi; vanavond gelukkig niet. We eten Bourgondisch, praten non-stop en ik moet huilen van het lachen.

    Als het over mannen, vrouwen, relaties en daten gaat blijk ik hopeloos achter te lopen. L en N kunnen hun oren niet geloven. Waarom weet ik niet wat Tinder is? Of gummen? En als zelfs kleine kinderen tegenwoordig al daggeren, hoe is het dan mogelijk dat ik die term niet ken? Ze vragen zich af onder welke steen ik heb gelegen.

    Tja, reageert mijn moeder de volgende dag, je bent moeder geworden he. Dan zijn je dagen soms gevuld met niks meer dan kots, poep en snot.

  • Lustrum Lees!

    Vijf jaar geleden begon ik voor mezelf. Dat ik niet het meest geschikte type ben om naar een baas te luisteren, dat was al vroeg duidelijk. Gelijk ondernemen na mijn studie leek me echter niet zo verstandig. Maar wachten tot mijn veertigste hoefde nou ook weer niet. Na een paar jaar in loondienst zei de man van mijn leven tijdens een goed gesprek in de kroeg: “En nu ben ik het zat. Je hebt het hier al zo lang over. Of je houdt erover op, of je gaat naar de Kamer van Koophandel!”. Ik ging naar de Kamer van Koophandel.

    Een van de eerste dingen die me als zzp’er bezig hielden was een website. Als communicatieadviseur zie je zoveel exemplaren voorbij komen en opeens moet er een ontwerp komen voor je eigen bureau. Lastig hoor, om te zeggen wat je wilt in zo weinig ruimte en het geheel er eigenzinnig, maar professioneel en aantrekkelijk uit te laten zien. Het lukte en ik richtte me op al die andere zaken die geregeld moesten worden.

    Nu was communicatievelingen.nl aan vernieuwing toe. Ik liet foto’s maken, bekeek icoontjes, lettertypes, kleurenstalen en heel veel andere sites. Ververste het portfolio en verzon een nieuwe openingszin. Ondertussen maakte mijn dochter zich op voor haar eerste verjaardag. We oefenden ‘hieperdepiep hoera!’. Hoe blij ze ook keek, haar handjes bewogen geen centimeter. Steeds deden we het enthousiast voor en lieten ons hartelijk uitlachen.

    Toen het ontwerp klaar was, wilde ik mijn website 2.0 natuurlijk graag online hebben. Een mooi lustrumcadeautje. De techniek staat voor niks, maar ik moest toch langer wachten. Al was de ‘voorkant’ prachtig, de ‘achterkant’ vergde nog werk. Alsof Senna mijn ongeduld aanvoelde begon ze bemoedigende armbewegingen te maken als we voor haar zongen. Gelukkig, tenminste ergens vorderingen!

    Er gingen weken voorbij. Senna’s vingers reikten steeds hoger en alle bestanden, codes, headers en links werden gecheckt. Alles leek naar behoren te functioneren...alsof ik de trotse moeder was van twee kindjes begon ik te juichen. Het was zover. De website ging de lucht in en haar handjes ook. Hiep, hiep, hoera!

  • Alle kanten op Lees!

    Het is onzin, het staat alleen maar zo op papier, maar toch werkt het ook zo in mijn hoofd: december is het eind en januari het begin. Het eind van het jaar is gezellig maar stampvol, heeft sfeer maar ook een strakke planning, met kilometerrecords en knetterdrukke weekends. Iemand die me wil zien? Sorry, dat had ‘ie twee maanden eerder moeten aangeven. Plannen voor januari of februari? Joh, laten we eerst dit jaar afmaken! En dan is er weer rust. De blaadjes van mijn agenda zijn glad en wit. Hoezo vooruit plannen, nee hoor, ik bedenk op woensdag dat ik een avond wil dansen en op zaterdag doe ik het. Niet alleen dit weekend is vrijwel blanco, maar dat erna ook. En dat daarna! De verrukkelijke sensatie van ongekende mogelijkheden overvalt me, zoals elk jaar in deze maand.

    Wat zullen we allemaal beleven dit jaar? Wie zullen we ontmoeten? Waar zullen we eens heengaan? Op zo’n heerlijk lege zaterdagochtend duiken we de vakantiewereld in. De eerste trip staat, de kop is eraf. Er blijven nog 51 weken over… Dat ik niet de enige ben die een groot leeg jaar voor zich ziet blijkt uit binnenkomende berichten: willen we deze maand nog naar Gran Canaria? Met Hemelvaart naar een eiland? Met Pinksteren naar een camping? Als ik mijn ogen dichtdoe hoor ik de Griekse zee al. Senna heeft een ultiem schattig badpakje aan. Ik moet opzij springen voor een yellow cab op Times Square. Ik heb zoveel gewinkeld dat ik al die tassen niet meer kan dragen. We fietsen door de duinen, rijden met een grote camper door de Rocky Mountains en zitten lange avonden met vrienden bij een Scandinavisch of Mediterraan kampvuur. Pling! E-mail. Een opdrachtgever die graag wil dat ik zsm begin aan die nieuwe klus. Dat kan. Dit jaar kan ik weer alle kanten op! En met een gevulde bankrekening gaat dat net wat makkelijker.

  • Bacillen Lees!

    Als kind was het geen ramp om ziek te zijn. Niet naar school, onverdeelde aandacht van mama en de hele dag sapjes en soepjes op verzoek. Eenmaal op kamers viel dat eerste griepje vies tegen. Daar lag ik dan, zielig zwetend in een leeg studentenhuis. Huisgenoten bezig, moeder 350 kilometer verderop. Na een dag in bed besloot ik er maar weer uit te komen. Echt ziek ben ik gelukkig zelden, maar ik voel me natuurlijk wel eens beroerd. Hoe slecht dat vroeger ook uit kwam, een kind zet alles in een ander licht. Een van de opmerkelijkste gewaarwordingen van moeder worden vind ik het parkeren van je eigen behoeftes. Ik ben zo iemand die chagrijnig wordt van een lege maag. Als ik moe ben moet je niet proberen om me aan de praat te houden en als ik wil douchen doe ik dat het liefst meteen. Toen kreeg ik een kind. Ik smeer haar boterham terwijl mijn maag rammelt, geef haar de fles met een droge mond en vraag me tijdens het verschonen van haar luier af wanneer ik voor het laatst naar het toilet ben geweest.

    Mijn gevecht tegen de bacillen duurde dit keer al een tijdje. Dankzij Senna bleef ik rondlopen. Ik kon toch moeilijk in bed gaan liggen! Maar uiteindelijk kwam ik als verliezer uit de strijd. Na een paar dagen buitenland begreep Senna vanochtend niet waarom ze naar de crèche ging. Mama is toch weer thuis? Het wederom paniekerige afscheid gooide een rotgevoel bovenop de lichamelijke misère. Eenmaal terug kroop ik onder mijn dekbed, vastberaden daar een maand te blijven. Ik hield het vier uur vol. Kinderopvang is een zegen op ellendige ochtenden als deze. Ik kon even voorzien in mijn eigen behoefte. Met resultaat: een ziektekiemvrij huis. Op de crèche heersen nu waterpokken. Kijken hoe lang het duurt voordat de bacillen weer terugslaan…

  • Wennen Lees!

    Een nieuw jaar. Een nieuwe ronde boordevol kansen. Misschien ook om nu eindelijk gewend te raken aan de crèche? Vanochtend kon ons afscheid zo in een soapserie. Moeder probeert zich los te maken van kind, leidster trekt het zacht maar vastberaden los en kind klemt zich nog krachtiger vast aan moeder. Het gehuil klinkt als geloei. De ogen staan paniekerig. De keel raspt. Toen ik mijn baby pas na acht maanden naar de crèche bracht wist ik dat dat lastig zou kunnen worden. Voor mij en voor haar. Voor mij viel het mee; het was zo gek nog niet om een hele dag weer eens mezelf te kunnen zijn zonder voor dat hummeltje te hoeven zorgen. Voor haar viel het tegen. Ze schrok van die grotere kinderen om haar heen, de wisselende gezichten van de leiding en de constante kakafonie van geluiden. Daar went ze wel aan, dachten wij, en het is hartstikke goed voor haar om met anderen te spelen.

    Er kwamen betere dagen, maar ze was er geregeld verdrietig. Een leidster suggereerde dat ze verlatingsangst heeft, want ‘elke keer als ik wegloop gaat ze huilen’. Ze wil het liefst de hele tijd op schoot zitten, maar dat kan daar natuurlijk niet. En of ik haar thuis misschien bij elke kik oppak? Lieve dames, dit is geen verwend kind, maar wel het enige in ons huis. Dus ja, ze krijgt genoeg aandacht. Maar ze kan ook goed alleen spelen. Alleen heerst hier natuurlijk rust en die ontbreekt bij jullie. Logisch.

    Senna is nooit eenkennig geweest en vindt andere mensen interessant. Ander speelgoed ook. De leidsters zijn super: ze zingen, knuffelen en dansen. Maar het blijft wennen daar, zeker na alle feestdagen. Papa thuis, familie op bezoek, tripjes, cadeautjes…dan is het een behoorlijke anticlimax als je weer wordt weggebracht. Het begon goed: lachend in de gang en zwaaiend op de groep. Toen maakte ik een terugtrekkende beweging en startte de onrust. Het zal toch niet…nee, ze gaat er echt vandoor! Ik maakte me uit de voeten en ging naar de sportschool. Even verstand op nul en zweten. Samen met al die andere mensen die hoopvol aan dit jaar beginnen.

  • Alles is relatief Lees!

    Je hoopt dat je outfit voor die belangrijke meeting een beetje aansluit op de bedrijfscultuur. Dat je collega op jouw vrije dag niet zal gaan pronken met het fraaie plan dat jij op hebt gesteld. Dat je man nou eindelijk eens een keer alle kussens van de bank opklopt voordat hij naar bed gaat. Dat er nog lenteuitjes zijn als je vlak voor sluitingstijd de supermarkt in rent, anders klopt die pasta niet. Dat je auto niet al teveel mankementen vertoont; die kleine beurt is al duur genoeg. Dan gaat de telefoon. De crèche. Het gaat niet goed met je kind, de leidsters vertrouwen het niet. Je neemt haar mee naar de huisarts. Een uur later zit je in het ziekenhuis. Poli rood, die kleur stelt niet gerust. De chirurg praat kalm. Ze moet nu worden opgenomen en de operatie volgt morgenochtend. De verpleegafdeling ligt vol en de meeste kinderen delen een zaal, maar jouw kind ligt apart. Besmettingsgevaar. Artsen en verpleegkundigen die haar binnen een meter naderen tooien zich met een jas, handschoenen en mondkapje. Ze wordt onderzocht. Geen reden tot paniek, maar blijven wachten tot ze aan de beurt is. Spoedgevallen gaan nu eenmaal voor. Twee dagen later wacht je nog steeds. Er waren veel spoedgevallen. Als een verlamd aapje hangt je dochter tegen je aan, zielig piepend bij het zien van een koffiekopje. Je kunt haar niet uitleggen waarom ze niet mag eten en drinken. Uitgeput begint ze aan het zoveelste dutje.

    “We mogen”, zegt een verpleegster. Je dochter krijgt een ziekenhuispyamaatje aan, mondkapje op en je draagt haar door de gangen naar de operatiekamer. Ze voelt dat er iets naars gaat gebeuren en begint te huilen. De anesthesist plaatst een nieuw kapje over haar gezicht terwijl jij haar handjes vasthoudt. Ze wil niet onder narcose, ze krijst en slaat met alle ledematen. Dat duurt niet lang. Haar ogen draaien weg en ze verslapt volledig. Als een lappenpop laat je haar achter, een team met blauwe jassen buigt zich over het bed. Twee uur later mag je weer naar haar toe. Ze heeft in elk oog een dikke traan en kijkt versuft om zich heen. De operatie is geslaagd. Met verband, infuus, knuffel en al neem je haar over van de verpleger. Ze valt direct in slaap. Je denkt aan je werk, het avondeten, je man en de auto en schudt je hoofd. Wat een zalige zorgen.

  • Help Lees!

    Sinterklaasje, bonne, bonne bonne,
    Jeminee, waar ben ik aan begonnen…
    Er klopt niks meer van mijn schema
    En de feiten loop ik achterna.

    Sinterklaasje, bonne, bonne bonne,
    Oh jee, ik heb nog steeds niks verzonnen.
    Met cadeautjes kopen ben ik nog niet klaar
    En mijn gedicht raakt niet de juiste snaar…

    Sinterklaasje, bonne, bonne bonne,
    Volgend jaar, dan zorg ik voor hulpbronnen.
    Een extra dagje crèche voor Senna
    Of een uitje met opa en oma.

    Sinterklaasje, bonne, bonne bonne,
    Ik heb deze week te weinig uurtjes gewonnen.
    Zakelijke dingen gaan nu even voor,
    Maar die gedichten maak ik heus nog wel hoor…

    Sinterklaasje, bonne, bonne, bonne,
    Ik wou dat ik eerder was begonnen.
    Nu eerst maar eens een glaasje…
    Help me, Sinterklaasje!

  • Puur en eerlijk Lees!

    Wanneer het begon kan ik me niet herinneren, maar opeens moest alles verantwoord zijn. Biologisch vlees, scharreleieren en fruit van het seizoen. Daar kon ik in komen. Maar ‘verantwoord’ ging meer betekenen. En het lijkt er op dat je alleen nog bij de tijd kunt zijn als je verantwoord doet. Voor je boodschappen trek je veel tijd en een klein kapitaal uit: eerst naar de vis-, groente- en kaasboer en de rest van de natuurwinkel. Je bent tenslotte wat je eet! Als je zin hebt in iets lekkers neem je geen zak M&M’s, maar een portie gedroogde abrikozen. Je herintroduceert vergeten groenten en gebruikt echt geen pakjes en zakjes, maar maakt die soep of saus 100% zelf. Voor je gezin kook je elke dag vers, met zuiver ecologische producten en een enorme toewijding. Slaan we niet een tikkeltje door met z’n allen?

    Alle moeders die ik ken zijn moe, proberen hun werk af te krijgen en een huishouden te runnen dat enigszins acceptabel is. Natuurlijk willen we niet dat dieren of andere mensen een rotleven hebben om iets voor ons te produceren. En natuurlijk willen we dat onze achterachterachterkleinkinderen ook nog fijn kunnen verblijven op deze planeet. Voor onze kleintjes willen we vanzelfsprekend het allerbeste. Het moet alleen wel te doen zijn allemaal. Op een vrije dag is het heerlijk om door een toko te struinen of achtereenvolgens zes marktkramen af te gaan, maar een standaard dag heeft te weinig uren. Voordat je het weet is het weer vijf uur. Je kind is jengelig en hongerig en zelf heb je nog het meest zin in een zak chips. Maar je beheerst je en flanst iets in elkaar met de schijf van vijf in gedachten terwijl je met je moeder belt, speelgoed opruimt, het vuilnis buiten zet, wat mails verstuurt en de tafel dekt… Soms eet ik met smaak een magnetronmaaltijd of diepvriespizza. En ik geloof niet dat ik een ontaarde moeder ben als ik Senna een keer iets voorschotel uit een potje (uit haar tevreden smakgeluidjes op te maken vindt ze het trouwens heerlijk, maar dat terzijde). Want ik ben een normaal mens, dat soms te laat bedenkt om een ingevroren hapje te ontdooien of geen zin heeft om naar de supermarkt te gaan. Mensen die beweren alleen maar puur en eerlijk te eten geloof ik niet. Wedden dat er snoep ligt in hun dashboardkastje? Dat ze Magnums eten in de zomer? En dat hun kids het hele jaar door frietjes mogen? Voor het instant goede gevoel ben ik gestart met een nieuwe verslaving: groentesmoothies. Je gooit wat fruit in de blender en doet daar iets groens bij, spinazie of venkel bijvoorbeeld. Je drankje krijgt een gezond kleurtje en smaakt…heerlijk! Ben ik even verantwoord bezig. Compenseert meteen al die speculaas en pepernoten deze maand.

  • Debiteuren, crediteuren Lees!

    Hoogzwanger nam ik eind vorig jaar nog een opdracht aan. De laatste, beloofde ik mezelf, terwijl ik vooral ’s avonds de teksten schreef over woningen voor expats. Eigenlijk wou ik languit op de bank met m’n dikke buik, maar goed. Als je niet weet wanneer je weer werk hebt, zeg je niet snel ergens nee op. Ik kreeg alles op tijd af en ging rompertjes wassen. Het ging om een nieuw bedrijf. Mijn contactpersoon was jong en aardig, de communicatie informeel en de samenwerking verliep soepel. Totdat de factuur was verstuurd. Die is namelijk nog steeds niet betaald. We zijn een jaar, tig herinneringen en sommaties verder, maar dat maakt blijkbaar geen indruk. De heren betalen niet, nemen hun telefoon niet op en reageren niet op e-mails. Maar ze gaan wel gewoon door met hun zaken. Ze doen het toch al wankele imago van hun sector geen goed.

    Naast me in de box speelt een lief klein meisje. Als ik haar blokje afpak, kijkt ze me met grote ogen aan en wacht geduldig tot ik het teruggeef. Dat dat gebeurt, daar twijfelt ze niet aan. Soms verdwijnt het blokje misschien (in de vaatwasser om het snot eraf te krijgen), maar dan krijgt ze er iets anders voor terug dat net zo leuk is. Ook dat vindt ze de normaalste zaak van de wereld. Voor wat hoort wat. Heerlijk, die onschuld. Ik geloof inmiddels weer een stukje minder in de goedheid van de mens. Waarom moet dit nou zo? Het kost teveel mensen teveel tijd en energie. En ik begrijp het gewoon niet. Want hee, als je professioneel genoeg bent om iemand in te huren moet je ook de rekening voldoen! Zonder hun geld heb ik ook wel een gelukkig leven, maar het gaat om het principe. Hoe dit afloopt weet ik nog niet. Het laatste woord is er in elk geval nog niet over gezegd. En ik ben er heilig van overtuigd dat boontje een keer om z’n loontje komt. Karma’s a bitch!

  • Saved by the bell Lees!

    Steeds als mijn buren zich naar hun werk haasten, bepakt en bezakt met kinderen, tassen en huisdieren, ben ik een gelukkige zzp’er. Vooral op koude, donkere ochtenden is leedvermaak onvermijdelijk. Ik hoef nu geen ruiten te krabben, niet op hoge hakken over ijs te wiebelen, niet op winderige perrons te bevriezen en niet in files te staan. Ik draai me nog een keer om of speel met mijn dochter in een warm, zacht bed. Elk voordeel heb z’n nadeel. Ik wist dat ik zou genieten van de rust die thuiswerken met zich meebrengt. Dat je even wat anders kunt doen tussendoor, dat het ideaal is met kleine kinderen en dat de koffie en koekjes beter smaken dan in menige bedrijfskantine. Maar ik zag dingen over het hoofd. Dingen die klein lijken, maar groter worden en nu, richting de feestdagen, buitenproportioneel zijn. Zoals het geklingel van mijn eigen voordeurbel. Hij klinkt elke dag wel een paar keer. Nee, dat is niet handig als je baby net in slaap is gevallen. En ook niet als je geconcentreerd bezig bent. Maar die collectanten doen iets goeds, dus je snort wat kleingeld op en wenst ze nog veel succes.

    De rest, die is pas erg. Of ik wel weet dat het Koninkrijk des Heres binnenkort komt? Wat vind ik daar eigenlijk van? Ben ik tegen kinderleukemie? Dan koop ik toch zeker deze lelijke ansichtkaarten voor maar 5 euro per stuk? Heb ik een heitje voor een karweitje? Willen we onze vuilnisbakken laten schoonmaken door een professioneel bedrijf? De ramen laten lappen door een glazenwasser? De schoorsteen laten vegen? Het huis laten isoleren? En dan is het Sint Maarten. Je hoort de schelle stemmetjes al een kwartier van tevoren. Ze hebben zo hun best gedaan op die lampion, ze zingen opgewonden en ze hopen dat jij lekkere snoepjes hebt. Er zijn jaren geweest dat ik staande werd gehouden in de voortuin, net terug van m’n werk. Dat ik Sultana’s uitdeelde omdat er niks anders was, de bestraffende blikken van hun ouders negerend. Twee minuten later ging de bel weer. De rest van de avond kon ik steeds weer omdraaien als ik net de woonkamer had bereikt. Dit jaar liep het anders. Deadlines en feestjes gaan niet goed samen. Ik demonteerde de bel, dimde de lichten en typte in alle rust verder.

  • Alpha Lees!

    Het leukst aan freelancen is de afwisseling, ook vaak binnen een opdracht: een hele dag vergaderen over gehoorapparaatjes en de volgende dag naar Amsterdam Fashion Week. Het minst leuk vind ik de administratie. En dan vooral het gedeelte waar blauwe enveloppen bij horen! Elk kwartaal scheld ik als een bouwvakker. Ik stel het uit, zweet en kreun en als de BTW-aangifte gedaan is mopper ik op mezelf: dat viel toch wel mee? Maar dan is er opeens weer een jaar voorbij en moet ik bonnetjes verzamelen, inkomsten en winst berekenen. Die slogan van de Belastingdienst, dat ze het niet leuker kunnen maken maar wel makkelijker, daar ben ik het dus niet mee eens. Aan mijn onderwijs heeft het niet gelegen. Als peuter verslond ik leesboekjes, maar door de jaren heen hebben veel aardige leraren hun best gedaan om behalve letters ook cijfers tot me te laten spreken. Mijn vader, docent economie, deed daar nog een schepje bovenop. Het mocht niet baten. Mijn brein heeft geen opslagcapaciteit voor getallen. Met een treurige 3 voor mijn eindexamen economie II verruilde ik de middelbare school voor de Groningse letterenfaculteit. Wat een verademing! Allemaal alpha’s! (En aan dat ene vak over statistiek mocht je gelukkig in duo’s werken.)

    Nou kom ik er tegenwoordig makkelijk vanaf met een analytische echtgenoot en een accountant als schoonvader. Maar eigenlijk moet je als moderne powerwoman toch zelf je boontjes kunnen doppen op cijfermatig vlak. Bijtelling berekenen, een hypotheek kiezen, pensioenpremies vergelijken, dat soort dingen… Als mijn dochter wat dat betreft maar niet op me lijkt. Op de Vrijmarkt vonden we een telraampje. Zo’n ouderwets ding met felgekleurde ringetjes. Senna is er vanaf het begin reuze door gefascineerd. Met haar kleine vingertjes schuift ze geconcentreerd alle onderdelen heen en weer, minutenlang. Misschien heeft het wiskundige gen maar één generatie overgeslagen en is er nog hoop voor haar.

  • Koppig Lees!

    “Je kindje ligt verkeerd om. Maar dat verandert nog wel hoor.” De verloskundige klonk stellig. Ik was zes maanden zwanger en dacht bij mezelf: reken daar maar niet op. Het is een steenbok, net als ik. Als die hun standpunt hebben ingenomen blijven ze erbij. Toen ik acht maanden zwanger was lag de baby nog steeds in een stuit. In het ziekenhuis duwden en trokken twee vrouwen tot vier keer toe een half uur aan mijn buik. Een versie heet dat. Soms draait de baby, zodat hij er later op natuurlijke wijze uit kan komen. Die van mij gaf een beetje mee, maar bleef op zijn plek. Ondanks het vooruitzicht van een operatie kon ik een glimlach niet onderdrukken. Een koppig kind…de appel valt niet ver van de boom! We kregen een meisje en bleven lekker binnen, want buiten bleef het sneeuwen. Na die echte winter volgde een lange, luie zomer. Werken? Oh ja, dat deed ik eerst. Als communicatieadviseur. Maar toen even niet. Ik wilde alleen met mijn gezin (wauw!) communiceren en had zelf hard advies nodig.

    Inmiddels heeft mijn dochter net zolang buiten mijn buik geleefd als erin. Haar karakter wordt met de dag duidelijker. Uiteraard is ze de allerliefste, -slimste en -grappigste, maar dat eigen willetje is onmiskenbaar. In het Nederlands klinkt het wat negatief; de Engelsen zeggen het met meer waardering. She’s a headstrong girl. Wij vragen ons af wat er allemaal in dat kleine koppie omgaat. Hopelijk blijft ze het altijd goed gebruiken. Niet met alle winden meewaaien, maar zelf bepalen wat ze doet. Aangeven wat ze graag wil en ook wat niet de bedoeling is. Daarbij soms flink haar kop stotend, natuurlijk. Nu maakt ze vriendjes op de crèche. Of ze is thuis, dan werk ik tussen de bedrijven door. Ik neem interviews af, redigeer een projectboek, schrijf voor een website en probeer de beste mama van de wereld te zijn. Het ‘gewone leven’ is weer in volle gang. En het is zaak om je hoofd erbij te houden.

Nieuwsgierig naar Communicatievelingen? We vertellen u graag meer. mail
algemene voorwaarden
--------------------------------------------------------
Communicatievelingen heeft graag tevreden opdrachtgevers.
Daarom werken we snel en zorgvuldig. We houden ons altijd aan afspraken en zijn flexibel als er wat verandert.
Alle juridische, financiële, logistieke en andere voorwaarden staan op een rijtje in
dit document.